Wat heb je nodig voor schaken?

Schaken is een sport die in Nederland door veel mensen gespeeld wordt. Ongeveer 22.000 schakers zijn bij de KNSB aangesloten, en veel spelers spelen ook toernooien of in de competities. Wat heb je nodig om te gaan schaken. Als je bij een club speelt zijn daar vaak de attributen aanwezig. Maar wat moet er zijn voor een schaakwedstrijd.

Afbeeldingsresultaat voor schaken

Het bord

Het schaakbord kun je in veel verschillende soorten en maten kopen. Het schaakbord heeft 64 velden die afwisselend licht en donker gekleurd zijn ( wit en zwart). Het bord is ingedeeld in 8 rijen en 8 kolommen. De horizontale rijen zijn genummerd 1-8 en de verticale kolommen worden aangegeven met de letters A tot en met H. Het bord moet zo gedraaid worden dat er linksonder een zwart veld ligt. Voor de spelers met wit is dat veld A1 en voor de spelers met zwart is dat H8.

De schaakstukken

Bij het schaakspel hoort een doos met de schaakstukken. In totaal moeten erbij het schaakspel 16 witte en 16 zwarte schaakstukken zitten. Welke stukken dit zijn en wat ze mogen gaan we hieronder beschrijven.

Koning

De koning herken je aan het kruisje de kroon op zijn hoofd, hij staat bij wit op veld D1 en bij zwart op veld D8. De koning mag alle kanten op, maar niet meer dan één veld tegelijk, hetzij recht of diagonaal.

Dame

De Dame is het krachtigste stuk van alle stukken. Zij kan alle kanten op zover als je wilt. De Dame staat bij wit op veld E1 en bij zwart op E8.

Toren

Dit schaakstuk ziet er ook echt uit als een toren. De toren mag naar voren, achteren, links en rechts. Elke kleur heeft twee torens bij wit staan die op de velden A1 en H1 en bij zwart op A8 en H8.

Loper

De loper herken je aan de spleet in hun hoofd. De beide lopers bewegen alleen diagonaal en kunnen dus nooit op een andere kleur komen. Bij wit staan de lopers op C1 en F1 en bij zwart op C8 en F8.

Paard

Het paard is natuurlijk duidelijk herkenbaar aan het paardenhoofd. Het de beide paardstukken zijn de enige stukken die over andere stukken kan springen. Het beweegt in een L-vorm 2 om 1. Het paard staat bij wit op B1 en G! en bij zwart op B8 en G8.

Pion

Elke speler heeft 6 pionnen, deze zijn het minste waard op het schaakbord. De pionnen mogen alleen recht vooruit de eerste mag dat twee vooruit de volgende maar één. Bij wit staan de pionnen op de velden A2 t/m H2 en bij zwart op de velden A7 t/m H7.

De schaakklok

Voor de echte wedstrijden heb je ook een schaakklok nodig. De spelers moeten een aantal zetten binnen een bepaalde tijd doen. De schaaklok kent twee klokken, de speler die aan zet is start de klok, deze stopt als de andere partij aan zet is. Als je de tijd overschrijdt heb je de partij ook verloren.